Tag Archive for Via Campaniensis

Van Vezelay naar het chateau

 Van Vezelay naar het chateau

We zijn gisteren Vezelay gepasseerd. De 397 km van de Via Campaniensis hebben we achter ons gelaten en het routeboekje is in een vuilnisbak verdwenen. Na de 280 km van de Via Monastica in Belgie en de kilometers in Nederland, hebben we er nu op een haartje na 900 kilometer op zitten.

Klont bijen

Klont bijen

We hebben vrijdag de eerste kilometers gemaakt op de Via Lemovisensis, die begint in Vezelay en eindigt dichtbij de Spaanse grens in Saint-Jean-Pied-de-Port. Het eerste stuk, meteen na Vezelay kent een noordelijke en een zuidelijke variant. Beiden komen uit in Crozant. Wij hebben besloten de noordelijke variant te lopen, over Bourges. Deze variant is een dag lopen korter dan de zuidelijke variant, die over Nevers loopt.

Basiliek in de verte

Basiliek in de verte

Gistermorgen nadat we een paar uurtjes gelopen hadden, zagen we in de verte de basiliek van Vezelay, die bovenop een heuvel gebouwd is, voor het eerst.  Vezelay is al honderden jaren een belangrijk vertrek en verzamelpunt voor pelgrims die richting Santiago de Compostela reizen. Het is zelf ook een bedevaartsoord. Daarnaast werd in dit stadje het startschot gegeven voor een drietal kruisvaarten. We hebben de basiliek bekeken en ons verbaast over het grote aantal toeristen wat neerstrijkt in het stadje. We maakten nog een praatje met een Zwitsers stel, kregen een stempel van een aardige dame in de basiliek en kochten twee grote stokbroden met een stuk brie. Simpel, maar erg lekker !

Lunch

Lunch

Ons doel was vrijdag het dorpje Asnois. Op de kaart lijkt het nog wat, voor wat betreft grootte, in werkelijkheid stelt het niet veel voor. Rond de middag bellen we het telefoonnummer van een gite. Als ik in mijn beste frans vraag of er nog een kamer of een paar bedden beschikbaar zijn, legt de man mij uitgebreid iets uit. Ik begrijp uit zijn relaas dat er geen plaats meer is in zijn herberg. Jammer, maar we hebben een tentje bij ons, dus we redden ons altijd. Niet dat we veel zin hebben om in een tentje te slapen, want het is vandaag droog, maar ook koud.

Bloemetjes

Bloemetjes

Eenmaal aangekomen in Asnois lopen we naar de Mairie. Die is gesloten en pas op het einde van de middag weer open. We lopen het gehuchtje door en spreken een oude man aan die net zijn gammele Peugeot parkeert. Hij bevestigt onze angst: Hier is niks… We lopen weer terug het dorpje in en gaan op een bankje zitten om op een rijtje te zetten wat onze opties zijn. Uit een poort, net naast onze bank komt ineens een enorm gepimpte ralley-Porsche rijden. We kijken het ding na en vervolgen onze zoektocht naar onderdak. Iets later komt een vrouw uit de poort gelopen, die de weg aftuurt, waarschijnlijk zoekend naar de Porsche. Ik loop naar haar toe en vraag of er in de buurt misschien nog een herberg of chambre d’hote of iets dergelijks is. Ook zij verteld dat in het dorpje niet van dit soort onderkomens zijn. Maar, zegt ze, zoek nog even verder en als je niks kunt vinden, mag je bij ons slapen.. We bellen nog wat rond, maar kunnen niets meer vinden en zoeken dus de vrouw weer op. We stappen vanaf de weg de poort door en zien dat we ons op het terrein van een heus chateau bevinden ! We mogen slapen in een gastenverblijf, net naast de poort.

Als we ons een beetje gesetteld hebben, horen we ineens iemand roepen. We doen de deur van ons verblijf open en daar staan monsieur en madame met twee enorme glazen wijn. Of we daar zin in hebben…. Verder vragen ze of we wel wat te eten hebben. We vertellen ze dat we nog één stokbrood, een beetje brie en vier bananen hebben. Ze kijken ons aan en nodigen ons uit om over een uurtje bij hun te komen eten. Na ons avontuur in Mardieu, waar we een fles champagne kregen, dachten we dat het niet mooier meer kon worden. Dat hadden we verkeerd.

In de keuken

In de keuken

Een uurtje later stappen we ons verblijf uit en lopen richting het grote huis. Als we de tuin inlopen vergapen we ons allereerst aan het uitzicht. Een groot grasveld houdt abrupt op bij een muurtje van keien en rotsblokken die stijlrecht naar beneden loopt. Vanaf de rand van de tuin heb je een prachtig uitzicht over het hele dal. We staan er even te genieten en lopen daarna naar de keuken, waar de deur van open staat. We worden hartelijk welkom geheten en staan in een ruimte waar je overal kookgereedschap zie hangen. Het plafond is wit en gebogen, als het dak van een oude kelder. Middenin de ruimte staan de heer des huizes met een wit schort voorgebonden, achter een groot wit stenen blok, waarin aan de bovenkant gaten zitten waaronder een vuur brand. Op elk van de gaten staat een pan met eten te sudderen. Onze enorme glazen worden meteen weer volgeschonken. Zo op de nuchtere maag valt dat goed naar binnen. We praten wat met ze en mevrouw laat weten dat haar man chefkok is. Dat is inderdaad te proeven als we even later aan tafel aanschuiven. Het ene fantastische gerecht naar het andere wordt opgeschept en de wijnglazen worden in hoog tempo bijgevuld, waardoor het erg gezellig wordt. Als we naderhand terug lopen naar ons verblijf, zijn we nog verbaast. Nog geen 6 uur eerder zaten we op een bankje in een stil dorp niet goed wetend waar we zouden moeten overnachten en nu hebben we de maag vol met reebout en lopen we naar een mooi gastenverblijf. Onvoorstelbaar !

Poort Chateau

Poort Chateau

Toen we vanochtend om 6 uur wakker werden, voelden we goed dat we een gezellige avond achter de rug hadden. Van de gastheer hadden we nog brood en een grote homp gebraden ham meegekregen, voor onderweg. We zitten nog vol van de vorige avond en doen de poortdeur van Chateau de Blanchefort al om kwart over 6 achter ons dicht.

Uitrusten en eten

Uitrusten en eten

Het is nog lekker fris als we de dag beginnen. De zon is als een knalrode bal net boven de horizon te zien. We willen vandaag in Champlemy aankomen wat 30 kilometer verderop ligt. Het is een mooie dag, met veel zon. Lekker warm en niet te heet.

Belangstelling

Belangstelling

Midden in de bossen dichtbij Champlemy staat een kapelletje. Van de 10e tot de 15e eeuw was hier een plaats waar lepra patiënten, (lepra kwam toen ook in Europa voor) naartoe werden verbannen. Jammer genoeg is het kapelletje gesloten en moeten we door een roostertje in de deur gluren om de binnenkant te kunnen zien.

Paarden

Paarden

Het verhaal van Jacques, maire van Bessy-Sur-Cure

Het verhaal van Jacques, maire van Bessy-Sur-Cure

Langzamerhand beginnen we Frankrijk en de manier waarop de Fransen hun huizen en eigenlijk alles wat ze bouwen onderhouden, te waarderen. Er wordt zo lijkt het, zo goed als geen onderhoud gepleegd aan de huizen. Een schilder die een goede marketingcampagne weet op te zetten, kan miljoenen verdienen hier.

Luikjes dicht

Luikjes dicht

Bijna geen enkel huis zit goed in de verf. Luiken, boeien, kozijnen, noem maar op. Er lijkt ooit in een verleden een keer met een kwast verf overheen gegaan te zijn, maar daarna nooit weer. Waarom zou je ook. Je luiken doen precies wat ze moeten doen en met een extra, nieuwe laag verf verander je daar niets aan. Dat maakt wel dat de kleine franse dorpje mooi zijn om doorheen te lopen.

Oud huis

Oud huis

Veel kleur, niets is even hoog en alles hangt scheef tegen elkaar aan. Geen enkel huisje is hetzelfde. Daarbij zijn veel huisjes oud en hebben ze nog hetzelfde ijzerwerk of dezelfde buitenlampen of balkonhekken als toen ze werden gebouwd. Als je een beetje rondkijkt is overal wel wat te zien.

Oud beestje

Oud beestje

We hebben gisteravond afscheid genomen van Bert en Jeanet. Zij gaan weer terug naar Nederland. Nu ze vertrokken zijn zullen we het de rest van de tocht zonder extraatjes uit Nederland moeten doen. Voor zover wij weten komen er ons geen mensen meer opzoeken onderweg. Ergens in de buurt van Limoges staat als het goed is nog een kennis van ons langs de weg met kaas en worst, maar verder zullen we het nu alleen moeten rooien.

Straatje

Straatje

De eerste plek die we vandaag aandoen is Cravant. Een mooi stadje met veel oude gebouwen. Op de toegangswegen staan poorten, er is nog een oude wasplaats en een mooie grote kerk. De kerk heeft een grote, rijkversierde toren en is mooi op afstand. Als we dichtbij komen zien we dat grote stukken van het oorspronkelijke dak vervangen zijn door, hou je vast, bruinkleurig damwand…  Het hele gebouw is hiermee grondig verknald. Dat is dan weer een nadeel van die franse slag..

We drinken er een kopje koffie en halen er brood. Van de eigenaar va het cafeetje waar we koffie drinken horen we dat de supermarkt gesloten is in verband met hemelvaartsdag. Toen had bij ons een belletje moeten gaan rammelen en hadden we moeten besluiten extra brood in te gaan kopen voor het avondeten. Lang niet elk dorp heeft namelijk een bakker, laat staan een supermarkt. We maken een berg foto’s en lopen verder naar het volgende dorp: Bessy-Sur-Cure.

Versiering op woning Cravant uit 12e eeuw

Versiering op woning Cravant uit 12e eeuw

Het begint bij ons te dagen dat we moeten proberen avondeten te gaan regelen. Volgens ons routeboekje zou in Bessy-Sur-Cure iets van een bakker of kruidenier moeten zijn. We lopen het dorp binnen op zoek naar eten. Aan het einde van een klein straatje lijkt iets van een pleintje te zijn, dus ik loop de straat in om even te zien. Er is niets. lk sta nog even te kijken en net als ik me omdraai en weg wil lopen, hoor ik iemand roepen: “Monsieur !” Ik kijk en zie een man met een hond naar me toe lopen. “Ou est la boulancherie ?” Waar is de bakker, vraag ik in mijn beste frans. Hij schudt zijn hoofd, die is er niet. Hij blijkt goed engels te kunnen spreken en stelt zich voor als Jacques. “Where are you from ?” Waar kom je vandaan ? “We are from the Netherlands.” Er ontspint zich een gesprekje. “Zijn jullie brood nodig ? Kom mee naar mijn huis. Ik heb brood voor jullie.” We kijken elkaar kort aan en besluiten mee te gaan. We lopen al pratend met de man mee. Hij blijkt al twee keer naar Santiago de Compostela gelopen te zijn. Als we bij zijn huis aankomen, blijkt dit een forse woning te zijn, met een grote tuin. Binnen, aan een barretje zitten twee oudere mannen, die zich voorstellen als zijn oudere broer en een vriend. Al is het nog geen twaalf uur, er staat al een geopende whiskeyfles.

“Willen jullie wijn ?” “Nah, nee. Liever niet, we moeten nog een stuk lopen.” “Dus jullie willen geen wijn ?” “Nee” “Ook niet één glas ?” “Nope” “Willen jullie een klein beetje dan, als voorafje ?” “Oke, toe dan maar…”

Jacques

Jacques

We gaan ook aan het barretje zitten en we praten wat verder. De man blijkt de maire van het dorpje te zijn. “Willen jullie eten ? Spaghetti ?” De broer gaat aan de slag in de keuken. “Hier, water, drink maar op als je klaar bent met de wijn.” “Asjeblieft, brood. Hier ook nog een stuk kaas, eet maar op. Nee, niet van die kleine stukjes, pak maar”  “Lusten jullie nog een appel ? Mag je ook meenemen voor onderweg hoor !” “Nog koffie dan ?” Even later stappen we afgeladen vol zijn huis weer uit en bedanken hem uitgebreid. Hij verteld dat hij tijdens zijn tochten ook veel van de mensen kreeg en daarom heeft besloten hetzelfde te doen.

Halverwege de middag stappen we het dorpje Lac Sauvin binnen, waar we een primitief kamertje hebben geregeld bij een gite.

Morgen naar Vezelay !

Zomaar. Ouwe trekker.

Zomaar. Ouwe trekker.

 

Naar Vezelay

Naar Vezelay

Vandaag zijn we vroeger dan normaal vertrokken. De weersberichten voorspellen de warmste dag van de week en we willen het liefst de grootste hitte voor zijn. Om half 7 stampen we met rugzak en wandelkar op weg naar de volgende 30 kilometer.

De ochtend is lekker fris en samen met de boeren en de vuilnisophaaldienst zijn we zo’n beetje de enige mensen die actief buiten bezig zijn. Het landschap waar we door lopen is de laatste dagen nogal eens veranderd.

Drie tinten groen

Drie tinten groen

Een paar dagen geleden nog lagen alle koolzaadvelden nog als knalgele dekens tegen de heuvels aan. We hebben gezien dat de boeren de afgelopen dagen druk bezig zijn met het bespuiten van het koolzaad. Omdat we de gele bloemen zien verdwijnen, vermoeden we dat dit door het spuiten komt. Verder wordt de klaver (luzerne) volop geoogst en zien we af en toe velden waarop erwten worden verbouwd. Het landbouwgebied hier is enorm groot, met percelen akkerland waar een Nederlandse boer alleen maar van kan dromen.

Oude wortel, jonge blaadjes.

Oude wortel, jonge blaadjes.

Na een uurtje of wat lopen bevinden we ons opeens weer midden tussen de druivenstruiken. Zo ver als het oog strekt, wijngaarden.  Aan het einde van de dag maken ze weer plaats voor de akkerbouw.

Wijngaarden

Wijngaarden

We komen rond 10 uur aan in de plaats Chablis. In het centrum is een pleintje waar nog een paar werklieden tevergeefs op een wijnboer wachten die werk voor ze heeft. We bestellen een bakkie leut en net als we even later weer weg willen gaan, zien we onze kennissen Bert en Jeanet bijna een bakkerij binnengaan. We laten de schoenen nog even uit en hebben zo onverwacht een gezellig onderonsje op het plein.

Op het plein

Op het plein

Als we daarna weer op weg gaan is de ochtend een stuk gevorderd, wat te merken is aan de kracht die de zon heeft. We zweten ons weer suf en op onze shirts tekenen zich witte zoutkringen af op de plekken waar de kleding in aanraking komt met de rugzak. Het is net of de mensen het zien en medelijden met ons hebben, want tot twee keer aan toe wordt ons spontaan drinkwater aangeboden.

Allereerst door een oudere man die de ongelukkige combinatie van bruine tanden en een gulle glimlach bezit. Hij spreekt Evert aan en ratelt snel iets is het Frans. Als Evert hem niet begrijpend aankijkt, tikt hij op Everts waterfles en gebaart naar de kraan. We hebben de ongeschreven regel dat we water pakken, waar we dat kunnen en nemen het aanbod van de oude baas dankbaar aan. Wat kilometers verder staat een gezette vrouw haar voortuintje te snoeien. Als ze ons ziet, lacht ze en roept:  “Saint Jacques ?” Oui, we gaan naar Saint Jacques. Ze maakt een gebaar naar onze waterflessen. Vullen ? Daar zijn we altijd voor. Dan zegt ze iets als: Jullie zijn nu bij Chablis, zal ik er maar wijn in doen ? We lopen even later weer verder met alle flessen tot het randje gevuld met water.

Paleisje

Paleisje

Ondertussen hebben we al met de Mairie van St-Cyr-les-Colons gebeld. In ons boekje staat dat daar een goedkoop onderkomen voor wandelaars is. Dat klopt, we zijn van harte welkom. Om drie uur stappen we zurig naar zweet ruikend en met zeiknatte kleding de Mairie binnen. We komen in een gite waar plaats is voor 14 personen. We zijn de enigen. Er zijn twee douches, twee wc’s, een wasmachine en een wasdroger. Wat ons betreft een paleisje…

Schone schoenen

Schone schoenen

Troyes

Troyes

De afgelopen dagen heb ik door gebrek aan internet toegang of het beschikbaar zijn van stroom, weinig kunnen berichten. Daarom nu een klein verslagje van de afgelopen dagen, tot en met gisteren.

10 mei begint met een app-je naar onze kleine broer, die ondertussen best groot is, omdat hij 31 geworden is. De dag begint warm, maar na alle regen van afgelopen dagen durven wij hier niet over te klagen. We moeten vandaag veel rechte stukken overbruggen, waarvan het meeste langs een oude, overwoekerde spoorlijn loopt.

Het spoor bijster

Het spoor bijster

Als we op een gegeven moment besluiten we de onderste helft van onze broekspijpen af te ritsen, zetten we ons neer op het spoor, op een oude overweg. De hele dag hebben we amper auto’s gezien, maar net nu we met ons hele hebben en houden op het spoor zitten komt een auto aangereden. Een jonge man achter het stuur gebaart dat we mogen blijven zitten. Hij stapt uit en verteld te zoeken naar een oude man in een witte Renault Express en of we die gezien hebben. Dat is niet het geval en we beloven uit te kijken. We krijgen zijn telefoonnummer. Even later worden we aangehouden door een klein autootje van de Gendarmerie. Een strenge mevrouw met het haar strak in een staart gebonden, stel ons dezelfde vraag. Ook nu hebben we nog niets gezien. Ze kijkt ons wantrouwig aan, maar lijkt ons gelukkig te geloven….

Spiegeltje, spiegeltje...

Spiegeltje, spiegeltje…

Een uurtje of wat later komen we bijna zonder water te zitten. We hebben nog een behoorlijk stuk te gaan en besluiten maar aan een willekeurige bewoner van het schijnbaar uitgestorven dorpje waar we zijn, om water te vragen. We zien alleen niemand en voor elk huis staat een groot hek, met borden, al dan niet vergezeld van een blaffende, nijdig kijkende hond. We lopen het dorpje nog wat verder in, tot we een huisje zien met een laag hekje. Er staan bloembakken en de deur van het huis is geopend. We hangen over het hek en roepen een paar keer “Bonjour, Bonjour !” Er komt een oude dame aangelopen die al kauwende en zonder dat we wat hoeven te zeggen begrijpt wat we willen…….”Ah, Eau potable ?” “Drinkwater ?”

Macaroni

Macaroni

We verblijven op een “Camping municipal” (gemeentecamping) van het dorpje Mery-Sur-Seine. Er lijkt ons, voor wat betreft verzorging een mooie week in het verschiet te liggen. Vrienden van Evert, Bert en Jeanet, gaan ons samen met zoontje Manuel en vriendje Koen een paar dagen volgen met hun camper. We hebben meteen de eerste dag al geluk. Jeanet heeft in het krappe keukentje van de camper een flinke pan lekkere macaroni weten te produceren die geen kans maakt tegen twee hongerige magen. Het gaat tot de laatste kruimel op… Ook de koelkast van de camper is goed gevuld. Dat maakt dat we, met de steeds warmer wordende avonden, laat onze tentjes in rollen. Ondertussen zijn onze kleren voor ons gewassen en is een broek van Evert gerepareerd. ‘t Is bijna net of we thuis zijn…

Voor het eerst slapen we, voor wat betreft temperatuur, comfortabel. De kou is uit de nacht verdwenen.

Op de camping..

Op de camping..

De dag er op heeft de route een lelijke verassing in petto. Het pad loopt minstens 25 kilometer langs een kanaal. Spannend. Aan de ene kant struiken, de andere kant water en onder je voeten asfalt. Het kanaal begint in het dorpje waar we starten, aan de linkerzijde van het kanaal. We volgen trouw ons routeboekje en starten vroeg in de ochtend aan de linker, onverharde kant van het kanaal. Dat bezuurt ons al gauw. Na een kilometer is het pad begroeit met kniehoog lang gras, wat zeiknat is van de dauw. Omdat we het zonde vinden terug te lopen worstelen we ons maar verder, naar de eerstvolgende brug. Ondertussen worden onze broeken, schoenen en uiteindelijk ook onze sokken steeds natter. Gelukkig is de dag weer behoorlijk warm zodat we de voetjes weer gauw droog hebben. Daarbij hebben Bert en Jeanet aangeboden de rugzakken voor ons te vervoeren naar de volgende camping. Dat maakt deze saaie wandeldag toch nog redelijk te doen. Het doel is vandaag de redelijk grote stad Troyes.

Uitblazen

Uitblazen

Als we bij de camping aan komen, is de camper van ons begeleidingsteam nog niet gearriveerd. We stappen de receptie van de gemeentecamping binnen. Achter de balie zitten twee mensen, een jong donker meisje en een grote blonde jongen met een stoppelbaardje. Als ik in m’n beste frans vraag of hij engels praat, antwoord hij, ondertussen naar de tekst op Evert’s shirtje kijkend: “Zeker, en ook prima nederlands !” Ik heb de avond ervoor een blunder begaan op de tablet en vraag meteen of ik even achter de computer mag. “Geen probleem”. Oef, even de navigatie op de tablet weer in orde maken. Altijd gemakkelijk, zo’n Nederlander op handige plekken.

Kathedraal Troyes

Kathedraal Troyes

Troyes heeft een grote kathedraal, waar we een stempel halen. De binnenstad lijkt erg oud, met kleurige vakwerk huizen. Je waant je bijna in de middeleeuwen als je tussen deze huizen doorloopt, die steun tegen elkaar zoeken en soms een beetje over de straat overhangen.

Heilige koeien in de middeleeuwen.

Heilige koeien in de middeleeuwen.

Maandag vertrokken we vroeg, en om de buren in de camper niet wakker te maken, heel stil. Om te wandelen is het een mooie dag. Het begint met wat vlakke kilometers door de landerijen, maar net voor de dag echt heet begint te worden, bereiken we de bossen. Hier is de schaduw en is het ronduit mooi. Geruime tijd lopen we langs een glashelder beekje, waarvan het water zo schoon is, dat Evert het aandurft een klein wasje te doen.

Kleine wasjes....

Kleine wasjes….

We horen krekels en af en toe zie je een hagedisje snel dekking zoeken. Op de weg ligt soms de huid van een klein slangetje. Bij het dorpje Sommeval is een rustpunt ingericht voor de vermoeide wandelaar. Een ruimte waarvan de deur open staat en waar je kunt koken, water kunt tappen en naar de wc kunt gaan. We doen er een plas en een glas en lopen weer verder.

Speciaal voor de wandelaar

Speciaal voor de wandelaar

Vandaag slapen we weer waar de weg ons brengt. Dit maal bij het dorpje Eaux-Puiseaux. Tussen een houtwal en een graanveld bevindt zich een pas gemaaide strook gras. Prima beschut, dus uitstekend voor ons doel. We hebben ‘s ochtends wat extra stokbrood ingeslagen, wat dient als warme maaltijd. Met een flink stuk brie ertussen is het heel goed weg te krijgen.

Rogge ? Tarwe ?

Rogge ? Tarwe ?

Dinsdag moeten we eerst de slakken van onze tenten pulken, voor we deze strak kunnen oprollen, om ze in de zak te kunnen krijgen waarin we ze meenemen. De tenten zitten onder deze slijmerige beestjes !

Toen we in Nederland liepen, hebben we ook een warme week gehad met veel zonneschijn, waardoor we onder andere ons hoofd, neus en oren verbranden. We hebben in allerhande winkels gezocht naar zonnehoedjes, maar die zijn, op babymodellen na, niet meer te krijgen. Evert heeft Bert gevraagd, indien mogelijk, er een paar uit Nederland mee te nemen. Ook hij moest enige moeite doen, maar uiteindelijk lopen we nu dus rond met witte DecoHome mutsjes. We hebben ze net op tijd gekregen, want de zon brandt de afgelopen dagen weer ongenadig op onze koppen.

Dinsdag is een ongenadig warme dag. De mussen vallen bijna van het dak.

Het was erg warm

Het was erg warm

In de bossen is het prima te doen, maar met enige regelmaat moeten we een helling nemen, waar geen schaduw is. Het is dan bijna niet te harden zo heet. We zetten de benen danig de lage gearing en schuifelen zo voetje voor voetje naar boven.

Als we een paar uur gelopen hebben komen we aan in Ervy-Le-Chapelle. Bij een restaurantje zetten we neer en lopen naar binnen om wat te bestellen.

Wandelaars, haal hier je koffie...en daarna je water !

Wandelaars, haal hier je koffie…en daarna je water !

Naast wat plaatselijke persoonlijkheden, staat de barman op zijn plaats, achter de bar. Een markante persoonlijkheid, met zwarte snor en baard. Op zijn armen, die op zijn forse buik rusten, prijken een paar tatoeages. Om onze cafeïne verslaving te onderhouden, bestellen we een grote koffie, wat voor Nederlandse proporties een normaal Nederlands formaat kopje koffie is. Drie koppen later is het tijd om af te rekenen, wat ook meteen het perfecte moment is om te vragen of we onze flesjes mogen vullen met water. Waarschijnlijk omdat hij de hoeveelheid flesjes van ons niet kent, geeft hij aan dat het geen probleem is. Met de armen vol flesjes loop ik naar binnen. De barman vertrekt echter geen spier en vult ze aan de tap met ijskoud water.

Vandaag onmoeten we Bert en Jeanet weer. Ze hebben hun camper op een willekeurige plek in een dorpje geparkeerd. De Maire van het dorpje, een soort van burgemeester, kwam nog even poolshoogte nemen en gaf aan dat ze water bij hem thuis konden halen. Na twee dagen zweten zijn we erg toe aan een douche. Jeanette heeft in de camper de douche klaar gemaakt en er liggen een washandje en een handdoek voor ons. Gewoon een lekkere lauwe douche, daar wordt een jongetje weer man van.

Barbieknoei

Barbieknoei

Evert heeft mij onderweg verteld dat Bert bijzonder handig is met de barbecue en hij heeft niet overdreven. Terwijl ik zit te typen wordt met enige regelmaat een perfect stuk vlees bij me neergezet. Het wordt zo langzamerhand tijd dat ik de tablet aan de kant gooi en me bij de gezelligheid buiten, voor de camper ga voegen.

Vanuit de tent naar Sezanne

Vanuit de tent naar Sezanne

Toen we in Reims waren, spraken we naast een enthousiaste Australiër,  ook een grote 52 jarige engelsman van Zuid-Afrikaanse komaf: Neil.

In Reims hebben we een paar woorden met elkaar gesproken. Hij gaf aan onderweg te zijn Rome, maar het viel hem allemaal wat tegen, omdat hij bijna alleen over asfalt liep. Toen we hem de dag dat wij de kathedraal gingen bekijken nog even spraken, s’ ochtends om half 10, zei hij zijn plannen gewijzigd te hebben. Hij ging ook naar Santiago de Compostela.

We vertrekken uit ons verwen-arrangement in Mardeuil. Op het pleintje voor ons verblijf is het een drukte van belang. Er wordt geroepen, aanwijzingen worden gegeven en mensen stappen in en uit personenbusjes. Het lijkt erop dat hier het werk voor de komende dag wordt verdeeld.

Uitzicht

Uitzicht

We lopen de eerste uren ontelbaar veel hellingen op en af, tussen de wijngaarden door. Het is heel mooi hier, compleet anders dan de bossen, wei en akkerlanden die we gewend waren de afgelopen weken. Hier staan druivenranken strak in het gelid, zo ver je ogen kunnen zien. Tussen de percelen door slingeren zich weggetjes, wit uitgeslagen van de kalk die hier in ruime mate in de grond zit. Overal zie je geparkeerde auto’s en busjes in de zon en als je iets beter kijkt vallen je de kromme ruggen van de werkers op, die zich op kleine karretjes tussen de rijen met druivenranken door bewegen. De karretjes zijn laag. Ze zorgen ervoor dat de mensen niet continue op hun knieën hoeven te liggen.

Druivenstruiken

Druivenstruiken

We lopen uren zonder dag er veel gebeurd. Het weer is mooi en de zon schijnt. Ook de berichten voor vannacht zijn goed. Omdat we geen verblijf vinden wat zich op ongeveer 30 kilometer van ons startpunt bevindt, lijkt het ons een goed idee maar weer eens de tenten op te zetten. Eerst komen we nog door een dorpje waar voor een restaurant twee wielrenners aan een tafeltje zitten. Even eerder zijn ze ons met een bloedvaart, op een lange helling voorbij gestoven. Het restaurant waar ze voor zitten heet “Le Cheval Blanc” (Het Witte Peerd). Blijkbaar hebben ze ons horen praten, want als we ze netjes met een “bonjour” begroeten, zegt de ene man met een onvervalst zuid-nederlands accent: “Goeiemiddag. Joa, dat proat een stuk gemakkelijker heej ?”

Het Witte Peerd

Het Witte Peerd

Omdat het weer ook ‘s nachts goed lijkt te blijven, lijkt het ons een goed idee om maar weer eens in de tent te slapen. Op de kaart ziet een stukje bos naast een lange onverharde weg er veelbelovend uit. Het bosje begint, net bovenaan een heuveltje. Als je terug kijkt kunt je bijna kilometers ver de zandweg, die al glooiend tussen akker met graan en geel koolzaad doorloopt, afzien. Net voor het bos begint ligt een braak liggend stuk land met gras. Ideaal voor ons en in de namiddagzon zetten we onze tenten op. Evert houdt voor zichzelf een soort dagboekje bij en schrijft al op: “Rustige dag, weinig te vermelden”.

Weinig te doen..

Weinig te doen..

Dan kijkt hij op en glijden zijn ogen langs de weg, in de richting die we gekomen zijn. Hij zegt: “Je gelooft het niet, maar er komt nog iemand aan” En inderdaad, in de verte zien we iemand helling op en helling af ploeteren. Het duurt een poosje voordat de persoon dichtbij genoeg is om zijn gezicht te kunnen zien. Ineens realiseren we ons dat de de persoon in kwestie kennen. Het is Neil !

De man draagt een enorme rugzak en sloft meer dan hij loopt. Hij wil nog 6 kilometer verder, naar Baye. Het zal zeker 8 uur worden voor hij daar aankomt. We vertellen hem dat het nog wel eens moeilijk kan zijn dan nog onderdak te vinden. Ons aanbod zijn tentje dan maar naast die van ons te zetten, neemt hij graag aan. Hij drinkt onze koffie en wij proeven zijn linzen. Ondanks de vele muggen die ons plagen nu de wind is gaan liggen, wordt het een gezellige avond, waarin Neil’s gulle lach geregeld over het Franse platteland rolt.

Neil

Neil

Vanmorgen vroeg hebben we de tenten weer opgeruimd. Neil blijkt ‘s ochtends niet de snelste en als wij alles ingepakt hebben en klaar staan voor vertrek, ligt zijn hebben en houden nog op het gras van de onverharde weg. Als we weglopen, zien we op een zijweg een boer rijden, met een grote machine. Hij draait achter ons langs de weg op waar wij net vandaan komen. Als we nog een keer achterom kijken, zien we het grote lichaam van Neil in beweging komen om in lichte paniek zijn hebben en houden van de weg af te gooien. Gelukkig is de boer de beroerdste niet en hij draait met zijn machine om Neils spulletjes heen. Als ik nog eens achterom kijk, staat hij midden op de weg, zwaait oplucht met beide armen naar ons en roept iets onverstaanbaars. Typisch zo’n man die je nooit zult vergeten.

Hangslot

Hangslot

Vandaag is verder een rustige dag. Aan het eind van de middag komen we aan in Sezanne, waar we overnachten. Morgen willen we vroeg weg omdat we een wat langere afstand af willen leggen.

 

 

Notre Dame en de Champagne

Notre Dame en de Champagne

Gisteren hebben we wat rondgekeken in Reims. We hebben natuurlijk de grote kathedraal, de “Cathedrale Notre Dame de Reims”, bekeken. Dit gebouw was eigenlijk ons excuus om in Reims een rustdag in te lassen.

We worden later dan normaal wakker en moeten ons nog haasten om op tijd te zijn voor het ontbijt. In de eetzaal van de jeugdherberg waar we zitten, is de keuze ondertussen danig beperkt geworden. Er zijn al veel lekkernijen in andere hongerige magen verdwenen. Na wat stokbrood, fruit en een bak koffie trekken we er op uit.

Notre Dame Reims

Notre Dame Reims

De kathedraal staat een klein kwartier lopen van onze kamers, dus we zijn er zo. Het gebouw is ongelooflijk groot. De totale lengte bedraagt bijna 150 meter. De buitenkant is bezaaid met allerhande beelden van mens en dierfiguren. Als je het gebouw binnenstapt moet je opletten dat je niet continue met je mond open in de rondte staat te gapen. Alles is groot en uitbundig.

Groooooot !

Groooooot !

Het is bijna niet te geloven dat men met de bouw begonnen is in 1211, toen men nog nooit gehoord had van torenkranen, slijptollen of accuboormachines. Bouwlift..? Huh ? Even met je diamantzaag een blok wat net een tikkie te groot is, pas zagen. Nope. Alles met de handen. Hamer en beitel.

Notre Dame en paleis Tau

Notre Dame en paleis Tau

We zijn jammer genoeg in het verkeerde jaar en op de verkeerde dag in Reims geweest. Aan de voorzijde, tussen de twee torens, zit in de gevel een zogenaamde roos, met een diameter van bijna 10 meter, van gebrandschilderd glas. Dit is 1 van de mooiste onderdelen van de kathedraal. Er staat hier al een poos een steiger voor, waardoor het glaswerk zowel van de buiten als de binnenzijde niet te zien is. Verder beginnen op 6 mei weer rondleidingen door de kapconstructie van de kathedraal. Toen wij er waren was het 5 mei. We waren dus net een dag te vroeg…

Spuwer

Spuwer

Vandaag waren we op tijd in de eetzaal. Er was nog 1 man aanwezig, die meteen nadat hij ons zag enthousiast opstond en vroeg of we naar Santiago de Compostela op weg waren. Het was een Australiër die zelf op weg was naar Rome. Reims ligt op een kruispunt van wandelwegen en pelgrimspaden.

Nadat we gegeten hadden en weer op pad gaan, komen we de man even later achterop en lopen nog een poosje samen op, tot onze wegen zich scheiden. De dag begint heel mooi, de zon schijnt veel. Wel staat er een stevige, frisse bries.

Na verloop van tijd zien we twee dames voor ons lopen. We halen ze in en na wat ongemakkelijk frans en engels tegen elkaar gepraat te hebben, blijkt dat de dames afkomstig zijn uit Nederland en kunnen we gewoon Nederlands praten ! De man van 1 van de dames staat een dorpje verderop, Germaine, met de camper te wachten. Als we aankomen, begint het net te regenen. Als we een kopje koffie aangeboden krijgen, hoeven we niet lang na te denken en even later zitten we met vijf mensen als haringen in een ton, in een iets te kleine camper te leuteren aan een hete bak goede Nederlandse koffie.

Hierna lopen we door een stuk bos, tussen Germaine en Bellevue waar bosbouwers het bos aan het uitdunnen zijn. Een paar dagen geleden dachten we nog dat we de max voor wat betreft blubberige wegen wel bereikt hadden. Niet dus. De “weg” is van links tot rechts een sappige kleizooi. Als je niet oplet, zak je tot je diep over je enkels in de bagger. Tot overmaat van ramp lijkt het er op dat ze bomen omgezaagd hebben, waar de markering op staat van ons pad. De “wegwijzers” die we volgen zijn weg en ineens bevinden we ons in een bos, aan het einde van een doodlopende weg, met onze voeten in iets wat op hopjesvla lijkt, terwijl het begint te regenen.

Gelukkig heb ik een kleine tablet bij me, met daarop een app waarmee je op een kaart je locatie kunt zien. Ik heb daar een gps bestand van de route in geladen, zodat je kunt zien wat je positie is ten opzichte van de juiste route. Die bevindt zich gelukkig maar een paar honderd meter voor ons. Om daar te komen moeten we kiezen. Of het modderpad weer op, of rechtdoor de ruigte in. We kiezen voor het laatste. Daar loop je dan te hijsteren. Tussen de bomen en de struiken terwijl het steeds harder begint te gieten.

Uiteindelijk vinden we het pad terug en na een paar honderd meter hebben we geluk. Naast een waterplas staat een verlaten hut. Binnen is het een zooitje. Er staat een gammele tafel en op de grond liggen afgedankte vis spullen en lege bierflessen. We staan in ieder geval droog en dat is al heel wat waard.

Droog stekkie

Droog stekkie

Zo spontaan het begon te regenen, zo spontaan schijnt ook de zon weer. We lopen langs een plek die Bellevue heet. Letterlijk vertaald: mooi uitzicht. Die naam heeft het plaatsje niet voor niets gekregen.

Bellevue panorama (mooie foto van Evert)

Bellevue panorama (mooie foto van Evert)

Als sinds vanmorgen lopen we door de wijngaarden. De regio waar we lopen heet Ardenne-Champagne en de streek ten zuiden van Reims staat vol met wijngaarden. Het bekendste product uit deze omgeving is natuurlijk Champagne. Aan alles is te zien dat het een welvarende streek is. Waar net na de Belgische grens de boerderijen en huizen veelal een verwaarloosde indruk maakten, is hier alles spik en span.

Wijnranken

Wijnranken

Aan het einde van de dag komen we aan in Mardeuil. In ons routeboekje staat: “Gemeentezaal – met douche en slaapkamer. Contact opnemen met het gemeentehuis.” ‘s Ochtendsvroeg hebben we netjes het gemeentehuis (In het frans: Mairie) gebeld, met de vraag of ze plek hebben voor ons. Dat hebben ze, kom maar langs. Rond half vijf lopen we het dorpje binnen en aan de rand van een plein, waar omheen bloeiende kastanjebomen staan, staat de Mairie. We lopen naar binnen en de vrouw die ik ‘s ochtends aan de lijn had, weet meteen waar het ons om gaat. Loop maar mee. Ze troont ons mee naar een gebouw, waar onder andere een kinderopvang in zit.

Kinderkapstokjes zijn prima droogrekken.

Kinderkapstokjes zijn prima droogrekken.

“Kijk, hier is de koelkast, alles wat er in zit, mag op. Hier is de koffie, daar heb je fruit, hier nog wat stokbroden, neem maar wat je wilt. Dit is de oven, even instellen, oranje knop in drukken: voila. Hier is de douche, wc en daar de slaapruimte” We vallen van de ene verbazing in de andere. Ze neemt ons op het laatst mee naar buiten om ons de bakker te wijzen. Heel belangrijk, als we morgenochtend brood willen hebben. Als ik haar vraag wat de kosten bedragen van de overnachting, maakt ze een gebaar. Niks. “Willen jullie champagne ?” Ik denk dat mijn kin zo’n beetje op mijn borst gelegen moet hebben. “Champagne ? Wie, wij ? Eh, nou, toe dan maar.” Ze loopt weg en komt terug met een mooie fles. “Asjeblieft.”  Omdat we bang zijn dat dit niemand gelooft, hier de foto:

Champagne !

Champagne !

Over regen en Reims

Over regen en Reims

De weersberichten voor gisteren waren niet best. ‘s Ochtends buien en ‘s middags regen. We vertrokken richting de bakker met de regenhoes om de rugzakken en de regenponcho’s in de aanslag. Als we rond 7 uur de deur van ons onderkomen afsluiten, komt een man van links gelopen met een stokbrood onder zijn arm. Wij moeten dus naar rechts als we een bakker willen. Uit het flatje tegenover ons kijkt een man vanuit het open raam naar ons. Gisteravond toen we na het eten terugkwamen zat hij er ook al. Als Klein Duimpje volgen we een spoor van mensen met een stokbrood en vinden zo de bakker. Het heeft vannacht geregend, de straat is nat.

De eerste uren lopen we over onverharde wegen. De grond hier bestaat uit kalk en op iets wat klei lijkt. Als het nat is plakt het net als sneeuw aan je schoenen. De hompen onder je schoenen worden telkens groter. Daarbij moet je op hellingen opletten dat je niet uitglijdt, wat naast plakkerig is het ook nog eens glad. Echt vieze drab, waar we lang niet altijd omheen kunnen lopen.

Drab

Drab

Na een paar uren gelopen te hebben begint het te regenen. We hebben rekening gehouden met het weer en besloten een korte route te lopen. Als einddoel voor vandaag hebben we het dorpje Bazancourt genomen. Daar is een verblijf voor Camino wandelaars en anders een hotelletje. Helaas voor ons zijn beiden gesloten. We proberen een soortgelijk verblijf een dorpje verderop, in Pomacle, te bellen. Een man aan de telefoon legt me uit dat dit onderkomen al een tijd niet meer bestaat. Hij heeft nog wel een telefoonnummer voor ons.

Jakkie..

Jakkie..

We bellen het, maar er wordt niet opgenomen. In ons boekwerkje staan ook nog nummers wat van particulieren. Met de oude vrouw uit Signy l’Abbaye nog vers in ons geheugen, zijn we hier niet zo happig op. We hebben echter geen keus, we zijn koud en nat en zullen toch onderdak nodig zijn. De eerste paar nummers worden niet opgenomen. Slik… een en ander begint nu toch nijpend te worden. In een tentje in de regen te moeten slapen is niet echt een opwekkend idee.

De boerderij

De boerderij

Uiteindelijk wordt bij het laatste nummer de telefoon opgenomen. Een vrouw verteld in het engels dat ze ons op komt halen en even later komt een Citroen Berlingo aangereden die bij ons stopt. We mogen meerijden naar Heutregiville en komen bij een boerderij terecht, waar we op de tweede verdieping mogen slapen. De plek waar we mogen slapen is lekker rommelig. Tussen oude, statige donkerhouten kledingkasten, een boekenkast met kinderboeken en klassiekers als De drie musketiers en Oliver Twist, staat een stapelbed. De houten vloer kraakt als je erover loopt. Er staan oude europese en afrikaanse muziekinstrumenten naast oud speelgoed en leren koffers. Het is net of we in de uitverkoop van een antiekzaakje zijn belandt. Verder is er nog een kat, waarvoor de gastvrouw waarschuwt dat die ‘s nachts nog wel eens op je bed wil springen.

Slaapkamer

Slaapkamer

Om 7 uur eten we. Er is soep, gemaakt van oseille. Het is dun, groen en smaakt zurig. Mevrouw, ze heet Brigitte, vraagt of we weten wat we eten. We hebben echt geen idee. Ze loopt weg en komt terug met een woordenboek Frans-Engels. Daar heet de groente Sorrel…. eh, wah ?? Het Frans – Duitse woorden erbij: Sauerampfer…  ? Oui? Non? Ze geeft het maar op.

Later zelf even wat gezocht en het blijkt zuring te zijn. Het echtpaar, Brigitte en Daniel, blijken gezellige mensen en we praten veel, in drie verschillende talen, met bijval van handen en voeten. Het is er goed toeven.

Er wordt geen vast bedrag gevraagd voor het verblijf. Je mag zelf naar believen doneren. Het geld gaat 1 op 1 naar een project in Rwanda, waar men er scholen van bouwt.

Vanmorgen vertrokken we rond half negen. Omdat we een kilometer of 5 van de route af zitten, moeten we via een alternatieve in Reims zien te geraken. Brigitte heeft achterop een papiertje de route getekend.

Routebeschrijving

Routebeschrijving

Heel simpel. Een paar keer rechts, dan links, bij het oude station rechts, vijfhonderd meter verder weer links en dan bijna oneindig rechtdoor over een oude romeinse weg. Minstens 10 kilometer blubber, dwars door grote percelen met koolzaad, tarwe en klaver.

Rust

Rust

De zon schijnt, het humeur is optimaal en voor we het weten staan we in een voorstad van Reims. Vanuit daar is het nog zo’n 2 uur lopen naar onze bestemming: CIS de champagne. Een soort van goedkope (jeugd) herberg. Op onze trip ernaar toe, lopen we dicht bij de Notre Dame van Reims langs, de kathedraal die we morgen uitgebreid gaan bezoeken.

Notre Dame Reims

Notre Dame Reims

Naast het gebouw van CIS de Champagne is een camper kampeerplaats. Dat komt goed uit, want grote broer Roel wilde ons nog eens komen opzoeken. Net als we ingechecked zijn komt de camper met broer, vrouwlief Jentje en de kids het terrein oprijden. Zoals van een installateur verwacht mag worden, heeft RSS Installatie in een mum van tijd de schottelbraai bakklaar staan en zitten we met z’n allen de calorieën naar binnen te harken die we er juist de afgelopen weken afgelopen hadden. Roel heeft een verloren talent van barman opnieuw leven ingeblazen en Jentje mag je rustig de koningin van de schottelbraai noemen. Ze heeft ze erg lekker bruin gebakken, daarom speciaal voor haar, van ons: een bloemetje !

Een bloemetje !

Een bloemetje !

Morgen hebben we een rustdag ingelast. We gaan de toerist uithangen in Reims.

Dieren onderweg

Dieren onderweg.

Onderweg komen we nogal wat dieren tegen. De ene doet wat aardiger tegen ons dan de andere. De ene lijkt wat lekkerder voor in de pan dan de andere en de ene is gewoon nieuwsgierig, de ander doet bijna zijn best om mooi op de foto te komen.

Hieronder zomaar wat dierenfoto’s.

IMG_6565

 

 

IMG_6595

 

 

 

IMG_6540 (1)

 

 

 

IMG_6514

 

 

 

IMG_6570 (1)

 

 

 

IMG_6520

 

Richting Reims

Richting Reims

We werden wakker in Signy-l Abbaye. Onze oude gastvrouw had een ontbijtje gemaakt met uitstekende koffie. Gisteren mopperden we nog omdat ze zich voor ons gevoel nogal opdrong, achteraf gezien lijkt madame ook maar een vrouwtje die het beste met ons voor had, maar die daar een beetje in overdreef. Affijn, het ontbijt was prima en na het nodige gebabbel vertrokken we om 7.15 uur. Eerst richting de bakker, want onderweg moet wel gegeten worden. Stokbroden zijn qua vorm ideaal om op een rugzak te knopen. Daar kopen we er dus altijd wel een paar van. Het zit niet in de weg en als het vandaag niet op komt: Morgen is er weer een dag.

Stokbrood, handig

Stokbrood, handig

Vandaag zijn we op weg naar Chateau Porcien. Een goede 30 kilometer verderop. De kilometers in Frankrijk zijn iets anders dan de kilometers in Nederland. Niet voor wat betreft lengte, maar vooral wat betreft hoogteverschil. Ik durf niet meer te zeggen hoeveel heuveltjes en hellinkjes we opgeklommen en afgedaald zijn deze afgelopen twee dagen, maar het zijn er in ieder geval meer dan de laatste drie jaar in Nederland. Het heeft ook iets moois, zo’n helling. Je weet nooit wat je op de top te zien krijgt.

Ik heb het al zo vaak gezegd, maar ook hier is de omgeving prachtig. We beginnen de dag zonnig en in de bossen.

Heej, de zon !

Heej, de zon !

Over houtvester weggetjes en smalle blubberpaden banen we onze weg, ondertussen hopend dat we niet uitglijden.

Nogal blubberig, soms..

Nogal blubberig, soms..

Soms stoppen we even en luisteren we. Je hoort hier echt niks, op de vogels na. Rondom komen de bomen in het blad en laten planten zien welke bloemen ze kunnen voortbrengen. Het is voorjaar dus alles is fris en groen.

Als je van geel houdt..

Als je van geel houdt..

We doen lekker rustig  aan vandaag. Het weer is niet perfect, maar het is droog, dat is genoeg om meer dan tevreden te zijn. We komen door verschillende kleine dorpjes die uitgestorven lijken. Soms zie je echt simpelweg niemand. De huizen in de dorpjes zijn op een enkele na, slecht onderhouden. Ondertussen weten we dat dat blijkbaar de manier is zoals de fransman met zijn huis en zijn spullen omgaat. Met Franse slag, zeg maar.

Het heeft ook zijn voordelen. Eigenlijk zijn afgebladderde luiken, scheve deuren en provisorisch gerepareerde hemelwaterafvoeren veel leuker om naar te kijken dan de perfecte huisjes die we in Nederland hebben…. Of het leefgenot ook zo hoog is, dat betwijfelen we na een nacht in zo’n oud huisje te hebben doorgebracht.

We overnachten in een speciaal voor Compostela- gangers ingerichte ruimte. Gratis. Tussen de huizen van Chateau Porcien, tegenover de bank, is een deur met een code slot. Er achter een ruimte met stapelbedden, verwarming een douche en wc. De code voor het slot haal je op in het plaatselijke restaurant, cg kroeg, cq tijdschriftenwinkel, cq tabakszaak, met de naam Le Longchamp. Niet geheel zonder reden. De restauranthouder houdt nauwgezet bij hoeveel wandelaars de code ophalen en hoeveel blijven eten en drinken. Voor april bleven van de 52 wandelaars, 33 wandelaars eten. In een dorpje met 1300 inwoners, is dat mooi meegenomen. Voor 12,5 euro krijg je een drie-gangen menuutje. Wij wisten niet dat je na het eerste volle bord nog meer zou krijgen. Toen we voldaan over onze buiken wreven en de lege borden aan de kant schoven, kwam madame met twee nieuwe borden. Kip met gebakken aardappeltjes. Oeps, maar na vier dagen brood is het simpelweg te lekker om te laten staan.

Verblijf Chateau Porcien

Verblijf Chateau Porcien

De eerste dagen in Frankrijk

De eerste dagen in Frankrijk.

Woensdag zijn we van Givet naar Fumay gelopen over een fietspad langs de Maas. Onze eigenlijke bedoeling was om in 1 keer van Givet naar Rocroi te lopen, over een alternatieve route die de gastheer twee dagen eerder in Anhee had gemaakt. Maar naar mate we verder lopen komen we er achter dat dit toch een brug te ver is. We besluiten te overnachten in Fumay.

Na wat zoeken vinden we een chambre d’hote die binnen ons budget past. De kamer is in het huis van een ouder echtpaar. De vrouw is een wat stroeve francaise die we niet veel zien. De man praat verrassend goed engels en onder zijn ogen waar de pret van uitstraalt, zien we vanonder een grote grijze snor bijna continue een lach.

Chambre d'hote Fumay

Chambre d’hote Fumay

Het huis is groot en vierkant en kijkt uit over de Maas. De plafonds zijn hoog met indrukwekkende balken en de vloer is in de eeuwen dat het huis er staat niet veranderd. De verweerde eiken vloer helt samen met het huis naar een kant. Het is er allemaal zo scheef dat je merkt welke kant je oploopt.

In het huis staan overal mooie bustes en beelden die volgens ons als experts (we kijken vaak “Tussen kunst en kitsch..) best wel eens een aardige duit waard zouden kunnen zijn.

Kamer Fumay

Kamer Fumay

De man blijkt in de 60-er jaren vanuit Engeland naar Frankrijk verhuist te zijn. Dat verklaard ineens zijn perfecte engels en de MG cabrio, met het stuur aan de rechterzijde, die naast het huis staat te pronken.

Mijnheer lijkt het wel leuk te vinden om mensen in huis te hebben die engels spreken. Hij schudt het ene komische verhaal na het andere uit zijn mouw.

Als we hem vertellen dat het ons is opgevallen dat het merendeel van de franse huizen en verwaarloosd uit ziet, antwoord hij kort en bondig: “Well, that’s France”. Zo gaat dat dus nou eenmaal in Frankrijk.

De volgende ochtend staat bij het ontbijt, naast de onvermijdelijke croissants en stokbrood, een glazen stolpje met verschillende franse kaasjes. Ze weten heel goed hoe je Klaas blij kan maken !!

Als we vertrekken regent het. Eerst zachtjes, maar later met pijpenstelen. Omdat we over Fumay gelopen zijn bestaat het laatste stuk uit een brede asfaltweg. Normaal hebben we een hekel aan dit soort wegen, maar nu zijn we blij dat we niet over onverharde paden lopen. Daar wordt je naast nat, ook nog een vies, terwijl je net zo min aandacht voor je omgeving hebt.

Ondanks onze regenponcho’s zijn we zeiknat en koud als we in Rocroi aankomen. Rocroi heeft een zogenaamde pelgrimsherberg voor mensen die naar Santiago de Compostela lopen. Als we in een restaurantje ons even opwarmen aan een bak hete koffie, vinden we een telefoonnummer. We bellen het en de man aan de telefoon zegt dat hij ons op komt halen.

Herberg

Herberg

In de herberg zijn twee kamers met elk twee stapelbedden. Wij slapen in de ene kamer en in de andere een Belgisch meisje uit Namen van rond de twintig jaar. Ze spreekt engels, dus we kunnen elkaar verstaan. Ze is aardig en praat graag. Haar haar heeft ze aan de zij en achterkant opgeschoren en boven op haar hoofd steken warrige pieken alle kanten uit. Ze studeert architectuur en verteld dat ze in haar eentje door europa fietst en ‘s nachts met haar tentje zoveel mogelijk in de bossen slaapt.

We hebben nog een stuk stokbrood over wat we haar aanbieden. Ze slaat af, omdat ze een glutenvrij dieet volgt. Op de kookplaat die in het keukentje staat kookt ze quinoa zaden. Men zegt dat dit heel gezonde zaden zijn. Ik had er al eens van gehoord. Zaden die een soort van super-eten zouden zijn. We mogen een hapje proeven. De smaak is neutraal. Gekookte aardappelen komen er het dichts bij. Ik vertel haar dat enige tijd geleden op de Nederlandse televisie een uitzending is geweest van de “Keuringsdienst van Waarde” waarin naar voren kwam dat veel van deze zaden voor een fractie van de prijs die je in reformwinkels betaald, per kilo te halen zijn bij de dierenspeciaalzaak, afdeling vogelvoer. Ze kijkt me wantrouwig aan. “Really ?” Ja, meid, echt waar.

Koolzaad

Koolzaad

Toen we vanmorgen vertrokken moesten we eerst nog even bij de bakker langs. Ontbijt en proviand voor onderweg halen. Volgens de weersberichten wordt vandaag weer een natte dag. We vertrekken dus met de rugzak in de regenhoes. Gelukkig valt het allemaal hard mee en komen we halverwege de middag droog aan in Signy-l’Abbaye.

Voor veevervoer

Voor veevervoer

De route die we vandaag lopen is erg mooi. Het landschap bestaat uit glooiende heuvels, waarop koolzaad staat te bloeien of koeien grazen. We komen door kleine Franse boerendorpjes, waar in het centrum steevast een kerkje staat en een herdenkingsmonument voor de 1e wereldoorlog.

Dorp

Dorp

De paden zijn vaak zandwegen, die af en toe erg blubberig zijn, maar ook smalle bospaadjes komen we tegen en een enkele keer lopen we gewoon door een weiland.

Het grote bos

Het grote bos

In het centrum van Signy-l Abbaye komen we een wielrennerploeg tegen uit Oudleusen. Eindelijk weer eens gewoon algemeen beschaafd dialect met iemand praten, die niet je broer is. De ploeg fietst omdat ze geld in willen zamelen voor een evenemententerrein in Oudleusen.

We zoeken nog onderdak. In ons routeboekje staat dat we het beste contact op kunnen nemen met madam Boucher. Dat doen we dan maar. We bellen aan op het adres wat in het boekje genoemd wordt. Een oude vrouw doet open. Na wat formaliteiten krijgen we een briefje mee met een adres. We komen weer bij een oude vrouw uit, die aan 1 stuk maar doorklept. Ze heeft ook een routeboek en leest hele stukken voor. Eerst denken we nog dat het nuttige info is, maar het besef begint even later door te dringen dat mevrouw waarschijnlijk alleen is en van de mogelijkheid gebruik maakt om zoveel zoveel mogelijk te kleppen. Het gaat maar door. Uiteindelijk weet Evert me met een slinkse smoes naar onze kamer te krijgen.

Van Dinant naar Frankrijk

Van Dinant naar Frankrijk

Vanmorgen vertrokken bij wat zeker de vriendelijkste mensen van Belgie moeten zijn. We hebben overnacht bij mensen die meedoen aan de “Chaine d’Accueil des Pelerins”. Dit zijn mensen die bijv. een paar slaapkamers beschikbaar stellen aan mensen die onderweg zijn naar Santiago de Compostela.

We komen redelijk vroeg in de middag aan bij het huis van Christine en Jacques. Of we zachtjes willen doen, want ze is babysitter en er liggen boven een paar kleine kinderen te slapen.

Aan de keukentafel praten we in gebrekkig frans, met veel handen en voetenwerk. We krijgen een kopje koffie aangeboden, met een koekje. Even later komt ook Jacques binnen die, zo begrijp ik het, net een dutje deed. Willen jullie kleren wassen ? Geen probleem, breng straks maar hier. Als jullie willen, kunnen we tot vier dagen naar voren onderdak voor jullie regelen. Zeg het maar.

Als we aangeven dat we de etappes wat aan de korte kant vinden, slaat Jacques aan het zoeken en puzzelen en weet zowaar een alternatieve, kortere wandelroute. Hij geeft op een kaart aan waar we langs moeten lopen.

Is je broek kapot ? Geef straks maar even, dan maak ik het wel.

Op kousenvoeten, om de kleintjes niet wakker te maken, lopen we even later de trap op naar onze kamers. Het niet wakker maken van de kinderen faalt jammerlijk. Uit een bedje, net naast de open deur van een slaapkamer kijken twee oogjes ons verschrikt aan en even later horen we gesnik.

Nadat we een poosje wat dingetjes voor onszelf hebben gedaan, zoals wat basis Frans leren met behulp van Google translate, staat het eten klaar. Een royaal drie gangen diner. Vooraf soep, dan gebakken aardappeltjes met boontjes en een stuk vlees. Om af te sluiten een toetje. Alles omlijst met een flesje Jupiler. Voor de gemiddelde Nederlander lijkt dit misschien een standaard maaltijd, maar na drie dagen alleen brood, is dit echt ongekend lekker.

De volgende dag zijn de kleren schoon en droog, is de broek van Evert gemaakt en staat een uitgebreid ontbijt op ons te wachten. Op moment van vertrek gaan we nog even buiten op de foto. Blijkbaar een traditie, want eerder op de dag hebben we twee dikke fotoboeken in mogen zien waarin jarenlang foto’s zijn geplaatst van alle wandelaars die bij het echtpaar overnacht hebben. Opvallend zijn het grote aantal Nederlanders.

Vriendelijk

Vriendelijk

Hierna stappen we weer het pad langs de Maas op. Dinant is slechts 7 kilometer stroomopwaarts, dus daar zijn we zo. Langzaamaan begint het bij ons door te dringen dat we Belgie zo’n beetje overgestoken zijn. Frankrijk ligt binnen handbereik !

In Dinant maken we wat foto’s van de brug die is opgesierd met kleurige saxofoons. Van een facebook vriend begreep ik dat dit is gedaan ter ere van Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon, die is geboren in Dinant.

Brug Dinanr

Brug Dinant

 

We nemen nog even tijd voor een kop koffie en glippen daarna de Collegiale Notre Dame in. Een grote kerk, net over de brug, waarin een van de grootse gebrandschilderde ramen uit Europa zit. Ik vind het altijd prachtig, die grote oude gebouwen met hun oude hoge, meest gemetselde plafonds. Buiten is de drukte, de herrie en het geraas, binnen is het stil en koel.

Ramen Notre Dame

Ramen Notre Dame

Hierna lopen we verder langs de Maas. Het is een prachtig pad. Dwars door de bossen en vlak langs de oevers. Soms is het pad smal, erg smal.

Paadje langs de Maas

Paadje langs de Maas

In de Maas heb je een aantal stuwen. Om de scheepvaart doorgang te geven, is naast elke stuw een sluis gebouwd. Vanochtend hebben we een paar keer een Nederlands echtpaar gesproken, die net met hun boot, de Ijtunnel 1,  in een sluis lagen. Als zij lagen te wachten terwijl de sluis geschut werd, liepen wij weer langs. Na ons uitje verloren we ze uit het oog, tot we ze net voor de Franse grens weer zien. Ze liggen aangemeerd en we maken een praatje. Al snel worden we uitgenodigd voor een kopje koffie en voor we het weten zitten we op een boot… We vragen de man, Wim, of hij even een foto van ons wil maken, want we zijn bang dat niemand ons geloofd al we dit verhaal vertellen. De vrouw van Wim, Gineke, heeft net twee gebakjes gehaald bij de boulangerie (bakker) die ze eerlijk met ons deelt.

In de boot

In de boot

De zon schijnt, het is gezellig en eigenlijk jammer dat we verder moeten. We willen Givet bereiken, dus we moeten wel verder. Even later passeren we de grens en staan onze voeten officieel op Franse bodem ! Belgie ligt achter ons. Een land veel mannen nog wel een snor dragen en waar auto’s zelfs vaak voor je stoppen als je wilt oversteken en er is geen zebrapad.

Refugee Givet

Refugee Givet

In Givet vinden we, na enig zoeken een refugee. Een eenvoudige kamer die toch van veel gemakken is voorzien. De man die de sleutel brengt, geeft aan dat we die de volgende ochtend in de brievenbus kunnen gooien. We doen nog even boodschappen en nemen ons voor vroeg naar bed te gaan. We willen vroeg vertrekken want we hopen morgen Rocroi te halen en we willen rustig aan doen. We zullen zien.