De eindstreep komt in zicht

De eindstreep komt in zicht

Wanneer je een berg opklimt, zul je vroeg of laat ook weer moeten afdalen. De dag dat we A Mesa verlaten begint met een forse afdaling. We dalen zeshonderd meter in hoogte en mogen daar drie kilometer lang over doen. Van naar boven lopen word je moe. Van naar beneden lopen ook, maar daar krijg je als extraatje ook nog moeie spieren van en als je niet oppast, zere knieën of enkels. Wij zijn niet zulke grote fans van afdalen, maar het hoort er nu eenmaal bij.

Stuwdam Grandas de Salime

Stuwdam Grandas de Salime

De lange afdaling wordt beloond met een wandelingetje over de stuwdam bij Grandas de Salime. Met de bouw van de dam werd begonnen in 1948 en kostte door de belabberde werkomstandigheden aan tussen de honderd en driehonderd mensen het leven. Het blijft een mooi gezicht, een stuk beton wat een enorme hoeveelheid water tegenhoudt.

Stuwdam Grandas de Salime

Stuwdam Grandas de Salime

Aan het begin van de middag lopen we Castro binnen. Een klein gehuchtje met een jeugdherberg, waar we overnachten. Naast de jeugdherberg staan er nog een paar boerderijtjes waar kleine keuterboertjes een boterham proberen te verdienen. Morgen gaan we naar Fonsagrada en laten daarmee de provincie Asturië achter ons. Men heeft ons beloofd dat de albergues in de Galicië beter zijn dan die in Asturië en dat we moeten opletten met de wegwijzers. De wegwijzers bestaan uit betonnen palen waarop een tegel met de jakobsschelp geplakt zit. Het symbool van de Camino de Santiago. In Asturië wijst het dikke gedeelte van de schelp de juiste weg, in Galicië is het juist de andere kant van de schelp. Hier volg je de richting die de “straal” van de schelp aanwijst.

Wegwijzer Galicië

Wegwijzer Galicië

Fonsagrada betekent letterlijk: heilige bron. We moesten even zoeken voor we de bron vonden. We gingen er van uit dat er wel een rij mensen zou staan te wachten om een paar druppels uit deze bron te kunnen bemachtigen. Dat was niet het geval. De heilige bron blijkt een zielig straaltje water te zijn die in een bijzonder normale straat uit een buisje uit de muur in een soort van trog stroomt. Auto’s brommen er oneerbiedig met een vaart langs en de inwoners van het stadje gunnen het geheel geen blik waardig.

Fonsagrada: Heilige bron

Fonsagrada: Heilige bron

We slapen ook in Fonsagrada weer in een private albergue. Het is allemaal nieuw en bijzonder netjes geregeld. Het enige wat je doet herinneren aan een albergue zijn de mensen die in dezelfde kamer als jij slapen en die ‘s nachts snurken of al stommelend en struikelend naar de wc gaan.

Kerkhof

Kerkhof

Volgens ons boekje heeft de route tussen Fonsagrada en A Cádavo een zwaarte van één ster, wat betekent dt het een makkie is. Ik zou wel willen weten waar de zwaarte van de route door bepaald wordt, want het blijkt één van de zwaarste routes te zijn die we de afgelopen weken hebben gelopen. Na een aantal kilometers begint een klimmetje, vrij stijl. Nadat ik deze achter me heb gelaten, blijkt achter dit klimmetje bijna meteen een nieuwe schuil te gaan. Weer je rugzak een honderd meter stijle helling opzeulen. Na een bochtje, nog één, en nog één en…..

Het zweet drupt me gestaag, via de neus, van de kop af en ik zie in mijn ooghoeken zweetdruppels aan mijn wenkbrauwen hangen. Af en toe moet er even gestopt worden om de ademhaling en de hartslag weer een beetje tot bedaren te laten komen. Uiteindelijk kun je niet hoger en waait een koude wind door je kleren, waardoor even wat langer uitblazen geen optie is. Toch is het wel mooi, dit “gevecht” met jezelf en de berg, maar pas als je op het hoogste punt bent aangekomen.

Heul veul molens....

Heul veul molens….

Vanaf A Cadavo gaan we naar Lugo. Lugo is een mooie stad. De oude stad is in zij geheel omgeven door een twee kilometer lange stadsmuur die nog helemaal intact is. De muur is toegankelijk en breed genoeg om met een aantal mensen naast elkaar te lopen. Veel sportievelingen maken gebruik van de muur om hardlopend de stad een paar keer te rond te rennen. Nu we in Lugo zijn, kun je stellen dat we de Camino Primitivo achter ons gelaten hebben. De paden worden weer breder en vlak en we hebben ook alweer de eerste asfaltkilometers achter ons gelaten.

Vanavond hebben we ook afscheid genomen van onze Spaanse vrienden, Francesco, Ivan, Helena en Pepe. We hebben een tijd met ze opgetrokken en ze hebben ons enorm geholpen en meegenomen naar de fijnste eetplekjes, waar je heel goedkoop lekker kunt eten. Onze planning wijkt teveel af van de hunne, waardoor dit onvermijdelijk is. Zo gaat dat nu eenmaal op de Camino, mensen komen en gaan.

Stadsmuur Lugo

Stadsmuur Lugo

Voor ons liggen de laatste kilometers naar Santiago de Compostela. We zullen, om in Santiago de Compostela te komen, ook nog een stuk Camino Frances mee moeten pakken. Men heeft ons al flink bang gemaakt voor dit gedeelte. Het schijnt dat er bussen vol amerikanen gedumpt worden door reisorganisaties. Ze lopen dan een dag mee en kunnen dan thuis toch vertellen over hun “camino experience”. Verder heb je er kolonnes zingende kinderen en omdat het de bekendste camino is, hordes wandelaars.

Brug Lugo

Brug Lugo

We hebben nog een extraatje in onze planning staan. We zijn ruim op tijd bij Santiago de Compostela en willen de stad eerst links laten liggen, om door te lopen naar Kaap Finisterre. Kaap Finisterre ligt tachtig kilometer achter Santiago de Compostela, aan de Atlantische Oceaan en is voor veel wandelaars het ultieme einde van de wandeling. De naam Finisterre komt van het latijnse “finis terrae”, het einde van de wereld. We denken hier halverwege 19 juli te zijn, waarna we terug gaan Santiago de Compostela om de laatste stempel te halen, waarmee ons avontuur dan tot een einde komt. Tot zover de planning, we zullen zien wat de praktijk ons brengt.

Mooie geranium. Met erachter een stuwmeer.

Mooie geranium. Met erachter een stuwmeer.